Posts tonen met het label Reptielen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reptielen. Alle posts tonen

vrijdag 6 juni 2014

Nieuwe Reptielenjungle in ZOO Antwerpen

ZOO Antwerpen brengt je dichter bij de dieren: sta vanaf nu oog in oog met groene leguanen, vogels en schildpadden.

© ZOO Antwerpen / Jonas Verhulst
De Reptielenjungle in ZOO Antwerpen vormt de nieuwe apotheose van een bezoek aan het Reptielengebouw. Elf groene leguanen hebben vrij spel in dit stukje oerwoud. Ze vertoeven in het goede gezelschap van 13 sporenschildpadden en een twintigtal vrijvliegende vogels waaronder toerako’s. Een plus voor de dieren, de planten, het gebouw en de bezoekers die hier oog in oog met elkaar komen te staan.

Aparte ervaring
In het Reptielengebouw begin je bij de kaaimannen en de Chinese krokodilhagedissen. Je ontmoet er verschillende gifkikkers, slangen, spinnen, gekko’s en een bijzonder koppel komodovaranen om dan te eindigen in een nieuw stukje jungle.

Respect voor erfgoed
Dankzij de vergroting van deze ruimte kan je de oorspronkelijke gevel in zandsteen nog beter bewonderen. Het Reptielengebouw werd in 1908 gebouwd naar een plan van Emile Thielens, Antwerps architect. Het is een mooie imitatie van een Griekse tempel bovenop een 20 meter hoge rots. ZOO Antwerpen vernieuwt met respect voor het architecturale erfgoed.

ZOO daagt je uit
Talrijke zitstokken, boomtakken, bladeren, kunstbomen, planten en rotsformaties zorgen voor achtergrondcamouflage. De groene leguanen maken er een spelletje van en wij spelen mee: zoek de elf dieren in hun warme habitat. De stoerdere dieren gunnen je een blik in hun ogen, maar enkele verschuilen zich. Vind je ze allemaal?
Ook de vogels doen graag mee. Negen verschillende soorten leven in deze Reptielenjungle: van shamalijsters, gestreepte muisvogels, roodstaartgaailijsters, madagascarwevers, Bartletts dolksteekduiven, driekleurglansspreeuwen, groene boomhoppen tot witkuif- en fishertoerako’s.

© ZOO Antwerpen / Jonas Verhulst
Bulldozers
Aan je voeten bewonder je 13 sporenschildpadden die onder het wandelpad door kunnen stappen. Sporenschildpadden zijn heel zwaar, groot en sterk; ze wegen tot 100 kilo. Ze zijn kwetsbaar in hun natuurlijke habitat, de droge gebieden van de Sahel in Afrika. Dit verklaart mee het warme klimaat in de Reptielenjungle.

Ananas enzo
Vergeet in je speurtocht de planten niet. We hebben drie sierananassen in de jungle geplant. Vind je ze? Bromelia’s, michelia (een soort magnolia) en flamingoplanten zorgen voor kleur. Palmen in alle maten en gewichten (ficus, pleomele, phoenix, areca, dracena, calathea…) maken het tropische junglegevoel compleet.

Oog in oog
Kijk de leguanen in de ogen, maar blijf er met je vingers af want ze hebben scherpe tanden, sterke poten met puntige nagels en een staart waarmee ze serieuze klappen kunnen uitdelen ter defensie. Wist je dat hun bijnaam boomkip is? In Zuid-Amerika wordt de groene leguaan gegeten en hij zou smaken naar… kip. 

TIP:
ZOO Antwerpen biedt nog meer oogcontact: dicht bij de dromedarissen.
Vlakbij het Reptielengebouw, achter de leeuwen, staan onze drie dromedarissen te popelen om kennis te maken. Alle vakantiedagen en weekends kan je samen met de verzorger om 15 uur dicht bij de dromedarissen. Luister naar het interessante praatje van onze verzorger, aai de zachte dromedarisvacht en wie weet mag jij wel een wortel geven. 

© ZOO Antwerpen / Jonas Verhulst
NM
6 juni 2014

dinsdag 9 juli 2013

Giftige bacteriën in de bek van Komodovaranen is mythe



Tot nog toe werd geloofd dat een beet van de Komodovaraan dodelijk was door de aanwezigheid van giftige bacteriën in de bek. Ook ik heb dit als dierentuingids altijd zo aan mijn groepen verteld.

Maar een baanbrekend onderzoek uitgevoerd door een team onder leiding van de aan de universiteit van Queensland verbonden professor Bryan Fry toont nu aan dat in de bek van de Komodovaraan eigenlijk net dezelfde bacteriën huizen als in die van andere carnivoren.

En dus moeten we de manier van hoe we naar deze dieren kijken dringend bijstellen.

“Eigenlijk zijn Komodovaranen heel hygiënische dieren”, zegt professor Fry. “Na te hebben gegeten zullen zij 10 tot 15 minuten besteden aan het proper maken van hun bek door aan hun lippen te likken en hun kop tussen de bladeren te wrijven. Daarnaast wordt hun bek ook nog eens zeer goed schoon gehouden door hun tong. In tegenstelling tot wat de mensen denken hebben zij dus geen restanten van rottend vlees tussen hun tanden zitten waarop de bacteriën welig tieren.”   

Komodovaranen leven in Indonesië en voeden zich voornamelijk met waterbuffels, zwijnen en reeën. Vooral de jacht op deze laatste twee diersoorten is succesvol. 75 procent sterft binnen de 30 minuten, 15 procent sterft na drie tot vier uur.  

Het overgrote deel van de waterbuffels weet echter te ontkomen, maar wel met diepe wonden aan hun poten.

“Waterbuffels volgen hun instinct en zullen zich na zulk een beet terugtrekken in een waterplas, in dit geval kleine poelen met stilstaand warm water vol met uitwerpselen van deze dieren en dus ook vol bacteriën”, legt Bryan Fry uit.

De aangetroffen bacteriën in de bek van Komodovaranen zijn restanten van deze bacteriën die de varanen binnenkrijgen simpelweg door te drinken van deze waterplassen. Maar ze bezitten dus niet genoeg bacteriën in hun bek om een waterbuffel te infecteren en/of te doden.

“Het is maar pas wanneer de waterbuffel met zijn open wonden in het verontreinigde water gaat staan dat ze geïnfecteerd raken”, aldus professor Fry. “Als het ware gaat de waterbuffel naar de badkamer om zijn wonden te verzorgen.”

“Zo simpel heeft het al die tijd geweest.”

Sterker nog, deze hele situatie is artificieel en onnatuurlijk. Immers, het is de mens die de waterbuffel heeft gedomesticeerd en op de Indonesische eilanden heeft geïntroduceerd. Van nature komen ze voor in gebieden met enorme grote waterpoelen waarin de kans op infecties veel kleiner is dan in de kleine waterplassen waarin ze zich nu moeten terugtrekken/verfrissen/verzorgen.


Vertaling en bewerking door NM
9 juli 2013