maandag 3 februari 2014

Over de intelligentie van olifanten


Kandula. National Zoo 06/2009. Photo: © Ryan Easley (http://www.elephant.se/database2.php?elephant_id=214)
Olifanten zijn uiterst intelligente dieren waarvan is aangetoond dat ze zelfs oorzaak-gevolgrelaties begrijpen.
Zo maakt vooraanstaand primatoloog en etholoog Frans de Waal in één van zijn boeken melding van een experiment dat hij met eigen ogen mocht aanschouwen. De hoofdrol in deze is weggelegd voor Kandula[1], een jonge olifantenstier in de dierentuin van Washington. Wetenschappers hingen takken met fruit in zijn verblijf maar op zulk een manier dat hij er nét niet aan kon. Wel vond Kandula in zijn verblijf verschillende voorwerpen terug die als werktuigen konden dienen zoals stokken, een vierkante kist en verschillende dikke houten planken.
De stokken liet hij links liggen, wat begrijpelijk is. Een olifant zijn slurf is namelijk niet alleen een ‘grijporgaan’, maar ook een reukorgaan, boordevol zenuwuiteinden, en dan vooral de gevoelige punt of slurfvinger. Het gezichtsvermogen van een olifant is beperkt, maar ruiken kan dit dier als geen ander. Moest Kandula dus een stok hebben opgeraapt met zijn slurf, dan zou deze stok deels de doorgang naar zijn neusgaten hebben belemmerd en dus zijn uitstekende reukzin hebben gehinderd. De olifantenstier koos dan ook voor een ander hulpmiddel, namelijk de vierkante kist. Hij schopte hiertegen, net zo lang tot het perfect onder een tak stond. Kandula ging met zijn voorpoten op de kist staan en klaar was Kees. Nu hij wat hoger stond kon hij met zijn slurf met gemak aan alle lekkernijen.
Maar zo snel waren de onderzoekers niet tevreden. Ze maakten het hem nog wat moeilijker door in een volgende proefopstelling de kist uit het zicht te zetten. Kandula moest zich dus de oplossing voor de geest halen om toch nog het voedsel te kunnen bemachtigen. Voor veel dieren zou dit een probleem zijn, maar niet voor olifanten. Kandula ging gewoon op zoek naar de kist. Haalden de onderzoekers de kist weg, koos Kandula voor de houten planken, legde deze keurig op elkaar, en bemachtigde zo het fruit.
Een ander voorbeeld van de intelligentie van olifanten is het feit dat ze zichzelf herkennen in een spiegel. Happy, een Aziatische olifant in de Bronx Zoo in New York, wreef bijvoorbeeld tijdens een experiment herhaaldelijk over een wit kruis op haar voorhoofd terwijl ze voor de spiegel stond. Ze kon alleen weet hebben van dat kruis door haar spiegelbeeld met haar eigen lichaam in verband te brengen. Enkel mensen, mensapen en dolfijnen zijn hier ook nog toe in staat.


[1] Kandula was slechts de tweede Aziatische olifant ter wereld die verwekt was door middel van kunstmatige inseminatie en bracht het aantal olifanten die door deze ingreep het levenslicht zagen op een totaal van vijf.

NM
3 februari 2014

P.S. Deze tekst is een voorpublicatie van het boek dat de auteur over olifanten aan het schrijven is.

dinsdag 7 januari 2014

ZOO en Planckendael in 2013: zo gezond als de 3 000 vissen van het nieuwe aquarium

© ZOO Antwerpen / Artman

Het afgelopen jaar 2013 gaat bij de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (KMDA) de boeken in als een jaar van status quo met meer dan 1,6 miljoen bezoekers. In deze economisch moeilijke tijden zijn we trots om een gezonde vzw te zijn met een mooie, positieve cashflow als eindresultaat. Dat onze parken relevant zijn en blijven, bewijst het stijgend aantal abonnees. Al voor het negende jaar op rij bereiken we een historisch record in aantal abonnees. Ook op sociale media noteren we een aanzienlijk succes met een stevige stijging in aantal fans. En 2014 belooft een jaar te worden vol vernieuwingen en nieuwe investeringen.  

ZOO Antwerpen klokte eind 2013 af op een 840 000 bezoekers, een status quo ten opzichte van 2012. Planckendael ontving 5% minder bezoekers en eindigde op een 770 000 bezoekers.  Een daling die we volledig kunnen toeschrijven aan de stimulans die de opening van de nieuwe olifantentempel in Planckendael het jaar voordien aan het park gaf.  

Een grote familie van 200.000 abonnees!

Eén van onze grootste troeven zijn onze abonneehouders, de echte fans. Voor het negende jaar op rij stijgt hun aantal in 2013 en wel met 7,5% om te eindigen op bijna 200 000 individuele liefhebbers! Een teken van appreciatie voor de parken en bewijs van relevantie van het product. Uit marktonderzoek blijken de voordelige prijs en het gevoel van vrijheid dat ons abonnement biedt, de twee belangrijkste motieven te zijn om lid te worden van onze grote familie abonnees. Een gezin met vier personen heeft immers na één enkel bezoek aan de ZOO en één enkel bezoek aan Planckendael de kostprijs al teruggewonnen. 

Sterren van 2013

Brilbeertje Oberon is de ster van 2013 in de ZOO. Geboren in februari, als nazaat van een bedreigde soort en als nieuwsgierige avonturier verovert hij ieders hart. De geboorte van monniksgier Orion, niet onmiddellijk moeders mooiste, staat op wetenschappelijk vlak wel degelijk op topniveau. Aardvarkentje Oni leek recht uit de ruimte afkomstig en is genomineerd als mooiste geboorte van het afgelopen jaar. Voor het eerst in de 170-jarige ZOOgeschiedenis kwam kogelgordeldiertje Oona succesvol ter wereld.  Een heel speciale gebeurtenis en meteen de voetbalmascotte van het WK in Brazilië. 

Slurfhondje Gijs was onze vreemdste nieuwe snoet die heel wat harten vertederde. Olifant Budi vertrok naar Amerika en stier Kanvar, de toekomstige partner voor Kai-Mook, nam zijn plaats in.

In Planckendael blonken volgende bewoners uit: onze babytweeling rode panda’s Ophelia en Oshin, twee wollige dotjes in de takken van de bomen. Karamat, een Aziatische vrouwtjesneushoorn arriveerde, net als Saleye, de nieuwe giraffenkweekhengst. Hij kreeg snel gezelschap van babygiraf Obi. Monniksgier Jean, geboren in Planckendael en vrijgelaten in Frankrijk, kreeg een eigen jong in de natuur. Glunderende wetenschappers, een waar succes. 

ZOO van Morgen in 2014

ZOO Antwerpen blijft investeren, niet evident in deze heersende crisis, maar als gezonde vzw kunnen we dit doen. De fysieke transformatie van de ZOO, deel van het collectief geheugen van België, gaat verder. De grandeur van het verleden wordt hersteld in verschillende projecten, rekening houdend met alle relevante en nieuwe inzichten van vandaag: met grotere dierenverblijven en vooral een veel sterkere beleving voor de bezoeker.  

Het Vogelgebouw en de nieuwe SpeelZOO zijn net afgewerkt. In 2014 vernieuwen we het Reptielengebouw en de Roofvogelvolières zonder veel hinder voor de bezoekers. We verwelkomen bovendien de zwartvoetpinguïns. Een grote groep waggelaars krijgt een nieuw verblijf heel dicht bij de bezoekers. Echt speciaal. De brilberen krijgen gezelschap van doodshoofdaapjes. Ambiance gegarandeerd! En voor sappige verhalen zorgen onze verzorgersbabbels en roofvogeldemonstraties. Kers op de taart is het reuzengrote koraalrif. 

Planckendael in 2014 is pret tussen de pinguïns

Planckendael stort zich in 2014 in nieuwe avonturen met een spectaculair Amerikaans continent. Hier kan je binnenkort wandelen met de Humboldtpinguïns in hun nieuwe verblijf, het paradepaardje van Amerika. In de vernieuwde, mysterieuze Aziatische Serre krijg je een ‘lorilanding’ waarbij onze bezoekers zelf nectar mogen geven aan verschillende soorten kleine, kleurrijke en luidruchtige papegaaitjes. Rond het Kasteel wordt een avontuurlijk kinderparadijs aangelegd. Ravotten verplicht.

Tot slot waren de ZOO en Planckendael bijzonder actief op vlak van sociale media met 48 000 Facebookfans op het einde van 2013. Een gigantische stijging van 75%. Uitschieter online was ongetwijfeld 28 februari 2013, het geboortebericht van brilbeer Oberon, toen maar liefst 20 000 mensen één of meerdere berichten op Facebook bekeken.

© Planckendael / Jonas Verhulst

NM
7 januari 2014

woensdag 17 juli 2013

Aantrekkelijke bonobovrouwen doen de mannen smelten

Bij zoogdieren komt vrouwelijke dominantie betrekkelijk weinig voor. Meestal zijn de mannen baas. Maar uitzonderingen bevestigen de regel. Zo is geweten dat bij bonobo’s het de vrouwen zijn die de plak zwaaien en hoger op de hiërarchische ladder staan dan de mannen. Opmerkelijk, want bonobomannen zijn doorgaans groter en sterker dan hun vrouwelijke soortgenoten.
Hoe slagen bonobovrouwen hier dan toch in? 

© Caroline Deimel, LuiKotale Bonobo Project

Tot hiertoe waren hiervoor door wetenschappers een aantal hypotheses naar voren geschoven. Eén mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat vrouwen allianties zouden vormen tegen de mannen om zo sterker te staan. Een andere verklaring gooit het over de evolutionaire boeg waarbij vrouwtjes eerder een voorkeur zouden hebben voor niet-agressieve mannetjes, zodanig dat agressiviteit onder bonobomannen geleidelijk aan is verdwenen door natuurlijke selectie.

Maar onderzoekers van het LuiKotale bonobo project verbonden aan het Max Planck Instituut voor evolutionaire Anthropologie te Leipzig (Duitsland) komen in hun onderzoek naar de samenhang tussen de verhoudingen in dominantie tussen mannen en vrouwen en de hoge sociale status van sommige vrouwen bij een wilde bonobogemeenschap in het Salonga National Park in de Democratische Republiek Congo nu tot een heel andere vaststelling.

Want wat blijkt? Niet het vormen van allianties tegen de mannen maakt de vrouwen vaak tot overwinnaars. En ook de aard van het conflict is weinig doorslaggevend. Neen, twee heel andere factoren spelen een rol, namelijk de verdediging van hun kroost en de mate van seksuele aantrekkelijkheid.

Bonobovrouwen zullen namelijk steevast hun nakomelingen verdedigen tegen mannelijke agressie, vaak alleen, maar soms ook als groep. Een bonoboman zal dus wel eerst eens twee keer nadenken vooraleer de toorn van de vrouwen over zichzelf af te roepen.

Nog opvallender is dat hoe meer aantrekkelijke lichaamsdelen de bonobovrouwen in de weegschaal werpen – denken we bijvoorbeeld aan het presenteren van hun genitale zwellingen die een verhoogde vruchtbaarheid aangeeft - hoe minder agressief de mannen zich zullen gedragen en hoe makkelijker ze door de vrouwen onder de duim te houden zijn.

Het onderzoek toont dus aan dat bij bonobo’s seksualiteit en strategieën wat betreft partnerkeuze in belangrijke mate de dominantieverhoudingen tussen de seksen bepaalt.

NM
17 juli 2013

vrijdag 12 juli 2013

Wist je dat (2) - Zeehonden

Gewone zeehonden (Phoca vitulina) werpen in juni-juli. De jongen gaan dadelijk te water en hebben bij de geboorte al een korte vacht.

Gewone zeehond (Phoca vitulina)
Grijze zeehonden (Halichoerus grypus) worden tussen november en januari geboren en hebben bij de geboorte een pluizige witte vacht die binnen enkele weken verdwijnt.

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

NM
12 juli 2013

Wist je dat (1)

De geslachten Homo (de moderne mens) en Pan (chimpansees en bonobos) 98,8% van sommige DNA-sequenties met elkaar delen, wat chimpansees en bonobos tot de nauwste verwanten van de mens maakt.


NM
12 juli 2013

dinsdag 9 juli 2013

Giftige bacteriën in de bek van Komodovaranen is mythe



Tot nog toe werd geloofd dat een beet van de Komodovaraan dodelijk was door de aanwezigheid van giftige bacteriën in de bek. Ook ik heb dit als dierentuingids altijd zo aan mijn groepen verteld.

Maar een baanbrekend onderzoek uitgevoerd door een team onder leiding van de aan de universiteit van Queensland verbonden professor Bryan Fry toont nu aan dat in de bek van de Komodovaraan eigenlijk net dezelfde bacteriën huizen als in die van andere carnivoren.

En dus moeten we de manier van hoe we naar deze dieren kijken dringend bijstellen.

“Eigenlijk zijn Komodovaranen heel hygiënische dieren”, zegt professor Fry. “Na te hebben gegeten zullen zij 10 tot 15 minuten besteden aan het proper maken van hun bek door aan hun lippen te likken en hun kop tussen de bladeren te wrijven. Daarnaast wordt hun bek ook nog eens zeer goed schoon gehouden door hun tong. In tegenstelling tot wat de mensen denken hebben zij dus geen restanten van rottend vlees tussen hun tanden zitten waarop de bacteriën welig tieren.”   

Komodovaranen leven in Indonesië en voeden zich voornamelijk met waterbuffels, zwijnen en reeën. Vooral de jacht op deze laatste twee diersoorten is succesvol. 75 procent sterft binnen de 30 minuten, 15 procent sterft na drie tot vier uur.  

Het overgrote deel van de waterbuffels weet echter te ontkomen, maar wel met diepe wonden aan hun poten.

“Waterbuffels volgen hun instinct en zullen zich na zulk een beet terugtrekken in een waterplas, in dit geval kleine poelen met stilstaand warm water vol met uitwerpselen van deze dieren en dus ook vol bacteriën”, legt Bryan Fry uit.

De aangetroffen bacteriën in de bek van Komodovaranen zijn restanten van deze bacteriën die de varanen binnenkrijgen simpelweg door te drinken van deze waterplassen. Maar ze bezitten dus niet genoeg bacteriën in hun bek om een waterbuffel te infecteren en/of te doden.

“Het is maar pas wanneer de waterbuffel met zijn open wonden in het verontreinigde water gaat staan dat ze geïnfecteerd raken”, aldus professor Fry. “Als het ware gaat de waterbuffel naar de badkamer om zijn wonden te verzorgen.”

“Zo simpel heeft het al die tijd geweest.”

Sterker nog, deze hele situatie is artificieel en onnatuurlijk. Immers, het is de mens die de waterbuffel heeft gedomesticeerd en op de Indonesische eilanden heeft geïntroduceerd. Van nature komen ze voor in gebieden met enorme grote waterpoelen waarin de kans op infecties veel kleiner is dan in de kleine waterplassen waarin ze zich nu moeten terugtrekken/verfrissen/verzorgen.


Vertaling en bewerking door NM
9 juli 2013